De producenten en distributeurs van voedingsmiddelen staan op een kruispunt. Het oude beleid dat wordt gekenmerkt door een grenzeloos aanbod van producten en een overvloedig gebruik van grond, grondstof en hulpbronnen loopt op z’n einde. Het aanbod moet strakker, nuttiger en gezonder. De sourcing moet efficiënter, eerlijker en duurzamer. Niet alleen omdat de vraag naar voedsel de komende 50 jaar zal toenemen. Maar ook omdat juist voor een basale levensbehoefte als voedsel, de verantwoordelijkheden veel verder gaan dan voor producten als auto’s, vakanties, kleding of entertainment. Verantwoordelijkheden die te maken hebben met een eerlijke verdeling, met transparante winstmarges, met een volwassen antwoord op consumptieve leefstijlen, met een focus op de waarde en met een heldere en duidelijke informatieoverdracht. Als er ergens waarde gecreëerd kan worden, dan is het wel op dit terrein. En het hele proces mag ook best leuk zijn.
Er is behoefte aan nieuw beleid, nieuwe strategieën, nieuwe oplossingen en nieuwe ideeën. Dat vraagt aanbieders die daar een belangrijke rol in willen spelen. Er wordt een aantal nieuwe competenties gevraagd. We hebben het dan over creativiteit, communicatievermogen, de kunst van het verbinden, ondernemerschap. Op het oog misschien wat minder rationeel, maar onmisbaar voor de toekomst. Tot slot, en nu hang ik even de pragmaticus uit, is het handig om een gevoel of visie te hebben over de tijd die komen gaat (topdown denken), maar het blijft vrij zinloos als je er niets mee doet (bottom up doen).